Corona

Hoe gaat het met SRV-man Martin Zwanikken?

In deze interviewreeks spreken we met een aantal Laarders over hoe het met hen gaat in deze tijden van corona.

“Mensen belden of ik ook bij hen langs kon komen”

Nieuwe vaste klanten in de SRV-wagen

Martin Zwanikken staat voor zijn SRV-wagen en daar staat ook een paard met wagen met daarop 2 mannen

“Hé ome Joop! Stukje kaas, blue band en kuipje Becel? Da’s export hè, ome Joop komt uit Soest”. Ome Joop hoeft niets te zeggen. Kwam even achterom aan het Schoolpad en is vaste klant. Bekend recept voor Martin Zwanikken. De SRV-man, om hem maar bij titel te noemen, heeft voor het interview net tien minuten op een kratje gezeten in zijn magazijn. Zeldzaam momentje van rust. 

’s Ochtends om acht uur al reed hij op de fiets de eerste bestellingen door Laren. Vaak stapt hij pas ’s avonds weer binnen aan het Schoolpad. “En als er dan een vaste klant belt omdat hij geen melk meer heeft, fiets ik er even heen. Het is de service hè.”

Hij weet niet beter, van vader op zoon overgenomen, 42 jaar in het vak alweer. Martin Zwanikken ‘is’ nog de enige rijdende winkel in Laren. Toen hij in ’78 bij pa in de zaak ging waren er nog vijftien! Als er één stopte, nam hij de klandizie over. Zijn vader begon in 1958 met paard en wagen met de Heideveldweg, de Weversweg en de Schering, huis aan huis, als melkboer. Martin heeft nu héél Laren, en twee dagen per week Baarn erbij. “Zo kun je dus ook overleven.” Hij gaat zijn tijd wel uitzingen, daar is hij van overtuigd, corona of niet.

Tuurlijk heeft corona impact, maar hij is de afgelopen maanden goed doorgekomen. “Er vielen dingen weg, zoals horeca. En scholen en kantoren werden minder, maar in de winkelwagen werd het drukker. Dat kun je tegen elkaar wegstrepen. Maar we zijn er nog niet vanaf. Corona is niet weg en het jaar is nog niet voorbij. En ik ben een éénmansbedrijf, één besmetting dan staat het stil. Het blijft riskant.”

Zijn rondjes duren momenteel misschien iets langer dan anders. “Er kan maar één klant tegelijk binnen per stop. Soms stapt er per ongeluk een tweede binnen, maar dan gaat het mis. Dan vraag ik of hij buiten wil wachten. Daar mort niemand over. Maar ja, tot nu toe was het lekker weer.” 

Oh ja, als er toch een coronadingetje is, dan zijn het zijn handen; schraal gewassen. “Handen wassen probeer ik zoveel mogelijk. Ik weet overal wel een kraantje.”

En nieuwe vaste klanten, ook een coronagevolg. “Mensen belden me of ik voortaan ook bij hen langs kon komen. Die zijn klant gebleven, da’s leuk. En natuurlijk die mondkapjes hè, best een lastige zaak. Nee hoor, we zijn er nog niet vanaf.”